Fochteloërveen: herstel is deels mogelijk
De Smilder Veenen was een groot hoogveengebied in Noordwest-Drenthe. Een hoek is daar nog van over: het Fochteloërveen. Normaal houdt een hoogveengebied zichzelf in stand, maar dat lukt hier niet goed door historische veenwinning en ontwatering. Om het veengebied duurzaam te herstellen, moeten we eerst inzicht krijgen in hoe het gebied functioneert. Daarom heeft Arcadis (samen met Stichting Bargerveen en Landschapsbeheer Friesland) in opdracht van Prolander een gebiedsbreed onderzoek gedaan; een landschapsecologische systeemanalyse (LESA). Deze analyse geeft antwoorden op verschillende onderzoeksvragen over cultuurhistorie, ondergrond en hydrologie. Dit geeft veel inzicht, maar werpt ook weer nieuwe vragen op.
Verdroging is het grootste probleem in het Fochteloërveen. De bovenste veenlaag, de acrotelm, is grotendeels verdwenen. Terwijl dit van fundamenteel belang is voor het functioneren van het hoogveengebied. Er is sprake van wegzijging: het water zakt weg naar diepere bodemlagen. Dat komt door het lage grondwaterpeil in de omgeving en daardoor veranderde grondwaterstromen. Ook zijn de verbindingen verdwenen met de vroegere overgangszone (het omliggende landschap), met de bijbehorende vegetatie en dieren. Daarnaast heeft het gebied last van stikstofdepositie en invasieve exoten, zoals de trosbosbes. Al deze problemen staan het behalen van de Natura 2000-doelen in de weg.
Cultuurhistorie
Cultuurhistorisch is het Fochteloërveen een interessant gebied. Typische cultuurhistorische elementen zijn bijvoorbeeld rechte wijken en contrasten tussen open veen en bebost gebied. De Kolonie van Weldadigheid in Veenhuizen behoort tot het UNESCO Werelderfgoed. Hoe deze waardevolle cultuurhistorische waarden ingepast kunnen worden in relatie tot herstelmaatregelen, onderzoeken we in een volgende fase.
Ondergrond
De ondergrond van dit gebied bestaat voornamelijk uit een slecht doorlatende en in dikte variërende laag potklei en soms keileem. Daartussen en daarboven ligt zand waardoorheen (grond)water stroomt. Die stromen zijn veranderd vergeleken met vroeger, waardoor het gebied nu verdrogingsgevoelig is. Dat maakt veenherstel moeilijker. Verder is duidelijk dat potklei niet overal zoveel aanwezig is als verwacht. Om te begrijpen hoe de lagen potklei, zand en keileem precies liggen en hoe waterdoorlatend ze zijn, is vervolgonderzoek nodig. Dat gebeurt onder meer via het FRESHEM-NL project.
Maatregelen
Er zijn in het verleden al allerlei maatregelen in het Fochteloërveen genomen. Zo zijn verschillende kades aangelegd om per vak of compartiment het water te reguleren. Helaas zijn hierin na verloop van tijd lekkages ontstaan. Momenteel legt Natuurmonumenten duurzame zand- met kleikades aan om dit te herstellen. Extra benodigde maatregelen zijn: lokalisering en aanleg van kades, peilverhoging in buffers, aanpassing en verbetering interne waterhuishouding en bodemverhoging watergangen in combinatie met aanpassing van het bosbeheer. Het is ook een uitdaging om de ecologische verbindingen te herstellen, omdat de historische overgangszones ver weg liggen. Nieuw aan te leggen overgangen kunnen deze functie deels overnemen.
Meer inzicht
Het herstel van het Fochteloërveen vraagt om een integrale benadering waarin hydrologie, ecologie, cultuurhistorie en klimaatadaptatie samenkomen. Projectleider Patrick Vriese van Prolander: “Door vervolgonderzoek uit te voeren ontstaat er meer inzicht in welke maatregelen we nog meer kunnen nemen om het hoogveen te verbeteren, te versterken en te laten groeien. Vervolgens kunnen we die maatregelen in detail uitwerken en uitvoeren.”
Op de pagina van projectgebied Fochteloërveen staat regelmatig een update over de onderzoeken en herinrichting van het projectgebied Fochteloërveen. Het volledige rapport is hier ook te downloaden. U kunt zich hier bovendien inschrijven voor de nieuwsbrief.

